Over LMC

Linux Migration Consultancy

Ervaring uit de praktijk, niet uit een verkooppraatje

Computers zijn voor mij al tientallen jaren een onderdeel van het dagelijks leven.

Mijn eerste desktopcomputer kocht ik in 1992. Een 8086 met 1 MB werkgeheugen, een harde schijf van 20 MB, een zwart-witmonitor en — gelukkig — een muis.

Het besturingssysteem was DOS.

In die tijd waren MS-DOS en PC DOS de belangrijkste keuzes. Daarbovenop draaiden programma's als WordPerfect en dBase.

Het waren andere tijden. Internet was er voor de meeste mensen nog niet. Met inbelverbindingen en bulletinboards ontdekte je langzaam wat er allemaal mogelijk was. Software werd op kleine schijfjes verspreid en een programma van een paar megabyte kon al indrukwekkend groot zijn.

Windows heb ik zien opgroeien

Vanaf de jaren '90 heb ik de ontwikkeling van Windows van dichtbij meegemaakt.

Van de vroege versies via Windows 95, 98, NT, ME en 2000 naar XP, 7, 8, 8.1, 10 en uiteindelijk Windows 11.

Dat ging niet altijd zonder problemen.

Systeemcrashes, hardwareproblemen, incompatibiliteit en opnieuw installeren hoorden er regelmatig bij.

Maar juist daardoor heb ik Windows ook zien uitgroeien van een soms behoorlijk weerbarstig besturingssysteem tot het volwassen platform dat het tegenwoordig is. Windows is bovendien al jarenlang het grootste professionele computerplatform binnen het bedrijfsleven. Veel bedrijven zijn er volledig op ingericht en vertrouwen voor hun dagelijkse werkzaamheden op Windows en de software die daarop draait. Ook voor particulieren is Windows voor velen al jarenlang de vertrouwde standaard; voor een groot deel van de gebruikers is het simpelweg het enige besturingssysteem waarmee zij ervaring hebben.

Windows heeft daarmee veel gebracht en is voor veel mensen en bedrijven nog steeds een uitstekende oplossing.

Ik ben daarom zeker niet anti-Windows.

Mijn kennismaking met Linux

In 2006 maakte ik voor het eerst serieus kennis met Linux.

Mijn eerste ervaring was met een Linux-systeem dat op slechts enkele floppy's paste.

Later, toen ik internet kreeg, kwam ik in aanraking met Ubuntu — waaronder Dapper Drake.

Vanaf dat moment ben ik Linux blijven volgen en uitproberen.

In de jaren daarna heb ik met verschillende distributies gewerkt, waaronder:

  • Ubuntu;
  • Linux Mint;
  • openSUSE;
  • Fedora;
  • CentOS en Rocky Linux.

Ook heb ik rond 2015 zelf een Linux-server opgezet.

Dat was een leerzame ervaring — inclusief het nodige vallen en opstaan.

Uiteindelijk heb ik de server weer vervangen door een NAS omdat dat in de praktijk eenvoudiger bleek.

Totdat die NAS vervolgens crashte.

Ook dat hoort bij ervaring. 😉

Digitale onafhankelijkheid in de praktijk

Mijn keuze voor Linux en open source staat niet op zichzelf. Ook in mijn keuze voor andere digitale diensten probeer ik afhankelijkheid van één groot technologie-ecosysteem zoveel mogelijk te beperken.

Dat is voor mij niet alleen een kwestie van prijs of gebruiksgemak. Ik vind het belangrijk om bewust te weten waar mijn gegevens worden opgeslagen, onder welke wetgeving een dienstverlener valt en welke partijen onder bepaalde omstandigheden toegang tot die gegevens kunnen krijgen.

Voor mijn eigen gegevens heb ik daarom bewust gekozen voor Europese dienstverleners. Zo gebruik ik pCloud (Duitsland) voor online opslag en back-up in plaats van OneDrive. Voor e-mail, VPN, opslag, agenda, authenticatie en wachtwoordbeheer gebruik ik voornamelijk diensten van Proton (Zwitserland). Ook voor online samenwerken aan documenten biedt Proton inmiddels mogelijkheden.

Voor LMC krijgt dit een extra dimensie. Als LMC met gegevens van klanten werkt, ben ik daar als ondernemer verantwoordelijk voor. De AVG stelt eisen aan de manier waarop persoonsgegevens worden verwerkt en beschermd. Daarom wil ik niet alleen kijken naar de functionaliteit van een dienst, maar ook naar de juridische en technische omstandigheden waaronder klantgegevens worden verwerkt.

Een belangrijk aandachtspunt daarbij is het risico van toegang vanuit landen buiten de Europese Economische Ruimte. De Amerikaanse CLOUD Act maakt bijvoorbeeld mogelijk dat Amerikaanse autoriteiten onder bepaalde voorwaarden gegevens kunnen opvragen bij dienstverleners die onder Amerikaanse jurisdictie vallen, ook wanneer die gegevens buiten de Verenigde Staten zijn opgeslagen.

Dat betekent niet dat iedere Amerikaanse dienst automatisch onverenigbaar is met de AVG. Voor internationale gegevensdoorgifte bestaan binnen de Europese privacywetgeving verschillende juridische mechanismen en waarborgen. Het betekent voor mij wel dat de keuze voor een dienstverlener een bewuste afweging moet zijn en niet simpelweg het gevolg van het feit dat een bepaalde dienst toevallig de marktstandaard is.

Daarom probeer ik binnen LMC waar dat praktisch mogelijk is te kiezen voor diensten waarbij de verwerking en opslag van gegevens zo goed mogelijk aansluiten bij mijn uitgangspunten op het gebied van privacy, gegevensbescherming en digitale onafhankelijkheid.

Voor mij betekent digitale onafhankelijkheid uiteindelijk niet dat iedere Amerikaanse of commerciële technologie moet worden vermeden. Het betekent dat ik weet van welke diensten ik afhankelijk ben, welke risico's daarbij horen en dat ik bewust kies voor een oplossing die past bij de situatie.

Linux is volwassen geworden

In ongeveer twintig jaar heb ik Linux zien veranderen van een systeem dat vooral door technische liefhebbers werd gebruikt naar een volwassen besturingssysteem dat voor steeds meer mensen een serieus alternatief is.

Maar één ding is me daarbij ook duidelijk geworden:

Linux is niet altijd zo vanzelfsprekend als Windows.

Er zijn distributies die zeer gebruiksvriendelijk zijn.

Maar ook distributies waarbij je als gewone computergebruiker behoorlijk moet zoeken en nadenken.

En zelfs distributies die technisch fantastisch in elkaar zitten, voelen niet altijd intuïtief aan voor iemand die jarenlang Windows heeft gebruikt.

Dat is geen kritiek op Linux.

Het is simpelweg een verschil waarmee je rekening moet houden bij een migratie.

Geen Linux-goeroe, wel veel praktijkervaring

Ik ben geen Linux-goeroe, systeembeheerder of cybersecurityspecialist.

Mijn kracht ligt vooral in mijn brede en praktische ervaring met computers, Linux, Windows, hardware en software.

Ik gebruik computers al sinds 1992 en heb de ontwikkeling van Windows vanaf de jaren '90 van dichtbij meegemaakt. Sinds 2006 werk en experimenteer ik met Linux en heb ik in de loop der jaren met verschillende Linux-distributies gewerkt.

Ik heb daardoor niet alleen gezien wat technisch mogelijk is, maar ook ervaren waar gebruikers in de praktijk tegenaan kunnen lopen.

Dat vind ik minstens zo belangrijk.

Een technisch uitstekende oplossing is immers niet automatisch een goede oplossing voor de gebruiker.

Waar ik goed in ben

Ik vind het leuk om problemen uit te zoeken, mogelijkheden te onderzoeken en praktische oplossingen te vinden.

Daarbij probeer ik altijd eerst te begrijpen wat iemand daadwerkelijk nodig heeft.

Ik zal niet doen alsof ik alles weet.

Wanneer een vraag buiten mijn kennis of dienstverlening valt, geef ik dat aan.

Waarom LMC?

De aanleiding voor LMC is uiteindelijk niet alleen mijn interesse in Linux.

Het gaat mij om iets breders:

Keuzevrijheid.

De afgelopen decennia zijn we steeds afhankelijker geworden van digitale ecosystemen die door een relatief klein aantal grote bedrijven worden beheerd.

Dat heeft ons enorm veel gemak en innovatie gebracht.

Maar het betekent ook dat we niet altijd meer bewust nadenken over de afhankelijkheden die daaruit ontstaan.

Ik wil mensen helpen om daar eens naar te kijken.

Niet door te vertellen wat ze moeten gebruiken.

Maar door te laten zien dat er keuzes zijn.

Linux is daarbij een middel

Linux en open source passen goed bij die gedachtegang.

Ze bieden mogelijkheden om afhankelijkheid te verminderen en meer controle te krijgen over de eigen digitale omgeving.

Maar ze zijn niet altijd de beste oplossing.

Daarom zal ik u ook niet adviseren om naar Linux te migreren wanneer daar geen goede reden voor is.

Soms is een gedeeltelijke migratie beter.

Soms is een andere open-sourceoplossing voldoende.

En soms is Windows gewoon de verstandigste keuze.

Dat eerlijke advies hoort bij LMC.

Persoonlijke aandacht

LMC is bewust kleinschalig.

Ik wil geen organisatie worden waar u eerst drie afdelingen en een ticketsysteem moet doorlopen voordat u iemand spreekt.

Ik vind het belangrijk dat er tijd is om vragen te stellen, mogelijkheden te bespreken en rustig na te denken.

U hoeft niet tijdens het eerste gesprek te beslissen.

En u hoeft ook niet overtuigd te zijn van Linux.

Twijfelen mag.

Wat ik belangrijk vind

Mijn manier van werken laat zich misschien het beste samenvatten in een paar woorden:

Deskundig
Ik weet wat ik wel en niet kan.

Praktisch
Een oplossing moet in het dagelijks gebruik werken.

Eerlijk
Als Linux geen goede oplossing is, zeg ik dat ook.

Onafhankelijk
Ik ben geen leverancier die bepaalt wat u moet gebruiken.

Benaderbaar
Er moet ruimte zijn voor vragen en uitleg.

Persoonlijk
U heeft rechtstreeks contact met mij.

Tot slot

Ik ben inmiddels 60 jaar.

Met die jarenlange ervaring vind ik het mooi om anderen te helpen met computers, Windows, Linux, hardware en software.”

Niet door achter een bureau ingewikkelde technische oplossingen te bedenken omdat dat nu eenmaal kan.

Maar door samen met mensen te kijken:

Wat gebruikt u? Wat heeft u nodig? Waar bent u van afhankelijk? En kan het ook anders?

Als Linux daarbij een goede oplossing is, help ik u graag met de overstap.

En als dat niet zo is, dan zeg ik dat ook.